Een interview met Liset

Het was weekend, januari 2006. Ik heb al jaren goedaardige knobbeltjes in mijn borsten en controleer ze dus regelmatig. Bij de bobbel die ik die dag in mijn oksel voelde, gingen meteen alarmbellen rinkelen. Die maandag ging ik naar de huisarts en daarna ging het erg snel. Ik kon direct door naar de mammapoli van het ziekenhuis en kreeg twee dagen later de uitslag. Gedurende die twee dagen heb ik op internet van alles bij elkaar gezocht, maar ik wist eigenlijk al dat het niet goed zat. Dat klopte ook, het was borstkanker. Gelukkig had ik een dokter die me goed begeleidde. Binnen twee weken werd ik geopereerd. Daarbij werd mijn borst geamputeerd. Ook werden mijn lever en longen onderzocht en kreeg ik een botscan. Gelukkig was daarmee alles goed. Wel bleek de tumor nog groter dan vooraf te zien was op de foto. Maar hij is heel netjes weggesneden.
 
Na de operatie volgde zesmaal een chemokuur, eens in de drie weken. Daarvan ben ik behoorlijk ziek geworden, vooral na de eerste kuur. Ik kreeg een hele batterij aan pillen mee tegen de misselijkheid, voor de eerste vijf dagen. Daarna ging het wel weer. Maar je hebt toch minder eetlust en je smaak vermindert ook. En al je rode bloedlichaampjes worden afgebroken, dus je wordt heel vatbaar voor dingen. Ik kreeg koorts en een lichte longontsteking. Daarvoor moest ik in het ziekenhuis aan de antibiotica. Dan ben je even je vertrouwen kwijt, als je weet dat je nog vijf chemokuren voor de boeg hebt. Ook kwam ik al bij de tweede chemokuur in de overgang.
Na iedere chemokuur had ik tintelingen en hoofdpijn, maar ik krabbelde altijd weer overeind. Dan ben je toch weer opgewassen tegen de volgende kuur. Dat vond ik wel verwonderlijk, dat het lichaam het toch allemaal aan blijkt te kunnen.
De bestraling daarna was minder zwaar. Daarvoor kon ik gewoon op de fiets naar het ziekenhuis.
 
Kanker krijgen accepteer je niet zomaar. Ik heb een heel heftige anderhalf jaar gehad. Niet eens zozeer omdat ik een borst verloor. Veel meer nog vanwege het besef dat je ziek bent en dat kanker te boek staat als een dodelijke ziekte. Nu weet ik dat veel mensen kanker wel overleven, dat het voor steeds meer mensen een soort chronische ziekte wordt. Maar daarvoor moet je wel door een heel vervelende behandeling heen. En altijd blijft het besef dat het ook ineens weer mis kan zijn.
Inmiddels gaat het weer goed met me. Ik krijg alleen nog hormoontabletten, als nabehandeling, omdat mijn borstkanker oestrogeengevoelig was. Die moet ik nu nog drie jaar gebruiken, om te zorgen dat de kanker niet terugkeert. In het begin had ik van die hormoontherapie wat hoofd- en gewrichtspijn, maar dat duurde niet lang. En als ik er last van had, ging ik wat doen om er vanaf te komen. Het is altijd goed om in beweging te blijven. Nu ben ik de draad weer aan het oppakken. Ik voel ook niet meer de afmattende vermoeidheid die ik tijdens en na de behandeling had. En ik heb altijd gedacht: dit gaat gewoon lukken.