Een interview met Claire

Ik heb al last van astma sinds ik een peuter ben. Ik had veel klachten van hoesten, piepen en slijm. Ook kreeg ik longontstekingen, dus ik belandde vaak in het ziekenhuis. De dokters dachten de eerste keer nog aan kinkhoest, maar daarna was het snel duidelijk. Het zit ook in de familie, op mijn moeder na hebben we het allemaal.
Ik kreeg een klein apparaatje waarop je moest zuigen. Zo kon je de geneesmiddelen als poeder inhaleren. Werkte dat niet voldoende, dan moest ik naar de huisarts of naar het ziekenhuis. Ik kreeg dan een kapje voor waarmee de geneesmiddelen alsnog in mijn longen werden gebracht. Pas een paar jaar later kwam die toeter die je voor je neus en mond moest houden. Maar die toeter moest je ook meenemen naar school en dat is natuurlijk het laatste wat je wilt. Het was zo’n onhandig, groot ding. Tegelijkertijd werden de poeders sprays. Je krijgt dan veel meer van de geneesmiddelen binnen en bovendien dieper in je longen, dus dan werken ze beter.
 
Ik heb op school altijd overal gewoon aan meegedaan, ook sporten. Maar ik was natuurlijk vaker ziek dan de andere kinderen. Tot ik in de puberteit kwam, want toen was mijn astma ineens nagenoeg weg. Ik hoefde zelfs geen corticosteroïden te gebruiken om klachten te voorkomen. Maar toen ik achttien was, kwam de astma in alle hevigheid terug. Dat was na een griep, die uitliep op een longontsteking. Sindsdien is het zo gebleven. En al jarenlang lig ik een keer of vier per jaar in het ziekenhuis. Kort daarvoor merk ik altijd dat ik benauwd word, snel moe en buiten adem ben en dat ik meer geneesmiddelen nodig heb. Vochtig weer speelt een rol, maar van rondhangen in een rokerig café kon ik ook ontzettend ziek worden. Ook sporten kan wel eens problemen geven. En een aftershave als Old Spice is echt vreselijk voor mij. Lang in een vliegtuig zitten geeft ook problemen. Ik ben ook wel eens met een acute aanval van mijn fiets gevallen. En tijdens een vakantie in Canada zijn wel eens vijf dagen compleet uit mijn geheugen gewist. Voor je omgeving is het schrikken als je ineens blauw wordt en gaat piepen, maar zelf weet je op zo’n moment niets meer. Soms wordt mijn CO2 zó hoog en mijn zuurstof zo laag, dat ik op de intensive care aan de beademing moet.
 
Je leert ermee leven, ik wel tenminste. Je kunt de hele dag thuis blijven zitten, of je kunt gewoon leven en het risico nemen dat je soms in het ziekenhuis belandt. Ik doe het laatste. Last van bijwerkingen heb ik alleen van de prednison stootkuren die ik zes keer per jaar krijg. Daar word je opgeblazen van en je krijgt acne. En van het inhaleren krijg je een droge mond. Daardoor schijn je eerder gaatjes te krijgen. Maar ik ga niet vooraf uitzoeken wat ik er mogelijk allemaal van kan krijgen. Ik wil liefst zo normaal mogelijk leven.